Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 5 Guests.

Steden van Pandora

Omslag Ruurd de Boer

Iedereen zal begrijpen dat de voorgenomen feestelijkheden rond het verschijnen van mijn nieuwe boek (presentatie op 25 april in De Stadkamer Zwolle,  Schrijverstafel bij Uitgeverij Passage, met dichteres Nicolette Leenstra) niet kunnen doorgaan. Wel zal er online het een en ander plaatsvinden en ben ik van plan mijn lezeressen en lezers gesigneerde boekenleggers toe te sturen. 

Wat was het ook alweer voor boek? Het gaat dit keer om een bundeling van drie vertellingen – de facto kleine romans – samengebracht onder de titel: Steden van Pandora.

Elk verhaalt speelt in een stad waar kleinere of grotere rampen uit de doos van Pandora kruipen. In Manchester wordt een moord gepleegd in het Vechtdal en – mede door toedoen van een hijgerige misdaadverslaggever – opgelost in Manchester. Tegelijk is het een liefdesgeschiedenis.

Het tweede verhaal, Helen, neemt ons mee naar de Groningse nieuwbouwwijk Beijum en vertelt van een bijzondere vriendschap tussen een man en een vrouw (Helen) die verliefd is op de liefde, maar niet op hem; de vriendschap tussen hen voert de boventoon. Tijdsbeeld van de jaren tachtig

In het slotverhaal Een vlakte in de stad heb ik herinneringen geboekstaafd aan Enschede, waar ik zeven jaar woonde. Een belangrijke laag in deze vertelling wordt gevormd door de vuurwerkramp van mei 2000 en Het Roombeek, het gebied – de vlakte – waar deze ramp zich destijds heeft voltrokken.

De nu volgende appetizer komt uit het tweede verhaal Helen. Helen is kort daarvoor gescheiden van haar man Foeke, en de verteller en zij hebben net een buurtfeestje bij een Italiaanse familie bezocht. Daar heeft Helen zich laten ‘troosten’ door Nando, de kok van de pizzeria. Dan gebeurt er dit…

PG ten tijde van ‘Helen’ in zijn flat in Beijum…

Ochtend al, toen we het feest verlieten, droomlicht over de heerden, vogels lieten zich maar weinig horen – jonge aanplant leent zich niet voor nestje bouwen. Of waren ze inmiddels allemaal uitgevlogen?
  ‘Ik ga met jou mee en s-slaap wel in een stoel of op de v-vloer of zo,’ zei Helen met dubbele tong terwijl ze leunend op mijn arm haar pumps uittrok. ‘Kanniemeerlopenhoor.’
  Bovengekomen liet ze zich achterover op de bank vallen en stak een sigaret op, die haar ontglipte en een spoor van as en vonken trok. Voordat ze hem kon pakken had ik hem al in de asbak uitgedrukt.
  ‘Hè, wáh gebeurt daar?’
  ‘Blijf hier rustig slapen, Helen, er wordt alleen niet meer gerookt.’
  ‘Doenie zo lullig, man. Eén lekker sigaretje nog. Gewoon even rustpunt voor dit schattige vrouwtje.’
  ‘Nee, gaat niet door.’
  Met van verwijt vertrokken gelaatstrekken in een wiebelend hoofd keek ze me aan of liever: ze keek ongeveer een meter naast me, onderdrukte een boer en wilde nog niets zeggen waar ze niet uitkwam. Mengeling van gegrom en gemurmel.
  ‘Trek het je niet aan, Helen. Je weet dat er geen harmonie bestaat tussen man en vrouw.’
  ‘Nee, f-fout, bij JOU bestaat geen harmonie…’
  ‘O? Bij wie wel dan?’
  ‘Foeke…’
  ‘Tja, jammer dan dat het niet heeft mogen zijn tussen jullie.’  Huilend wurmde ze zich uit de kussens. ‘Verdomme, heeft… hoe heettie, dinges, Nando, een pleister op mijn wond geplakt vanavond, ruk jij hem eraf, gore botterik!’
  De voordeur sloeg dicht voordat ik het in de gaten had. Vanaf het balkon zag ik haar, schoenen in de hand, de Barmaheerd oversteken. Het leek wat op huppelen, zo op blote voeten. Ze stokte een tel, wankelde, keek achterom, riep naar boven: ‘Ik sta niet in voor de gevolgen! Azzik dood thuiskom, moe-j ‘tzelf maar weten, hoor, vuile egoïst!’
  Slingerend verdween ze in de ochtendschemer.
  Ik ging weer naar binnen waar ik het kussen met de brandplek omdraaide. Een ander kussen bleek doorweekt van de plas die Helen tussendoor had laten lopen. Maar het heeft al mijn verhuizingen overleefd. De kring erin herinnert aan die verre zomernacht die ik toch zo graag nog eens zou overdoen.

PG