Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 2 Guests.

Lechajiem Chawwa

26 december 2019

Op weg naar Chawwa en haar geliefde Marianne in de trein door de zilverigheid van winternevel over landerijen. Het sprookje (1942-2019) is uit. En het sprookje begint weer, het verhaal van de herinnering.

Hoe je steevast hard ‘AU!’ riep bij een kus van mij, ‘Au, je prikt!’, volgend op een onveranderlijk ‘Dag lieverd’ of ‘Dag schat’.

Je gaf ons gedichten en gedachten, tekeningen die bewogen, beelden die leefden. Allemaal scherven van een leven waarin zowel idylle als drama blonken in zwarte zon en lichtend donker.

Een wereld vol bezielde dingen, onmogelijke fabelwezens, welbespraakte wolken, beesten babbelend als Brugman – het overtuigendst is het sprookje van wie er niet in leeft maar het zelf maakt, met beide benen op de aarde en dromen alleen in de hemel van je hoofd.

Met Chawwa en Marianne bij ons op de patio. Let op de sigarettenpijpjes…

Het mooiste wat je me gaf? Dat sigarettenpijpje dat ik – inmiddels met roken gestopt – nog altijd koester als een kleinood waarin ik, als ik er mijn  oor op leg,  je stem kan horen, nu eens teder, dan weer schor. ‘Dag lieverd’ of ‘Au!’ Je deed het erom en al snel werd het een dierbaar spel, met die rauwe tederheid die je had en die je ook en vooral was.


27 december

Een vlucht ganzen in V-formatie boven de kleine Zeeuwse begraafplaats, een paar van hen langszij (Chawwa zelf met een escorte voor ginds?), vogels die je samen met ons de laatste eer zijn komen bewijzen. Ook nog precies op het ogenblik dat, heel aarzelend, een stukje lucht lichtblauw kleurt en er even een vleug warmte door de waterkoude trekt. Als geen ander zou jij daar nog een heel mooi vers of fijnzinnig vertellinkje aan kunnen wijden, iets als ‘Die middag had de hemel er genoeg van bleek en grauw te zijn en vroeg een paar bevriende ganzen of zij een punt van het wolkengordijn wilden wegtrekken en meenemen…’ Of je zou er misschien een tekening van kunnen maken; ik zie de grote V van de ganzen al voor me, voorop of in een hemelsblauwe gedichtenbundel.

Er schieten mij oude regels te binnen, regels die ik eerder schreef voor een engel die zijn vleugels uitsloeg en waarin wellicht voor mijn dierbare Marianne een begin van troost schuilt:

Overal de nagalm, de afdruk van
wat je was en wat je zei.

Je zwijgt zo heel aanwezig, het is
de stilte van vaarwel, de stilte
en gestalte van een reizigster 

die naar je wuift en dan vervluchtigt
langs de weg waar je haar zoekt.

PG