Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 2 Guests.

Homo scriptor

In zijn artikel in de Volkskrant van 19 februari betoogt schrijver Lucas Zandberg dat schrijven over schrijverschap ‘creatiefloos’ zou zijn. Opvallend in het stuk is de dogmatische zienswijze die je wel vaker treft bij schrijvers die reflecteren op hun ambacht.

Zo decreteerde onlangs Jan Brokken – eveneens in de VK – dat je nooit, nee nooit iets kunt veranderen aan een metafoor of een titel. O ja, waar stáát dat dan? was mijn eerste gedachte. Waarom zou je een beeldspraak of de naam van een boek niet van een extra patina mogen voorzien of afzwakken of bijschaven? We hebben het toch niet over een aquarel die je eenmaal voltooid maar beter met rust kunt laten maar over taal, de meest beweeglijke materie die er bestaat.

Evenmin klopt de door Zandberg geformuleerde wetmatigheid. Je kunt tenslotte overal over schrijven als je het maar goed doet, vanuit een krachtige innerlijke noodzaak en een fijn gevoel voor vorm en stijl. Kijk maar naar Nobelprijswinnaar Patrick Modiano bij wie de meeste vertellers homo scriptor zijn. Of naar Paul Auster die veelvuldig de magie van schrijven en vertellen kiest als thema. En in de Nederlandse literatuur hebben we Het gangstermeisje van Remco Campert, De toekomst van gisteren van Harry Mulisch, Winterlicht (en veel meer nog) van Jeroen Brouwers, allemaal uiterst boeiende werken die je toch moeilijk kunt beschouwen als manifestaties van ‘eenvoudigweg een gebrek aan creativiteit en vooral een onvermogen om zich in een ander te verplaatsen’, zoals Zandberg zo categorisch concludeert.

Wie dergelijke, onwrikbare wetmatigheden dan wel dogma’s op de literatuur loslaat verstikt haar, terwijl juist in de kunst van het geschreven woord de vensters altijd tegen elkaar open zouden moeten staan.


PG
(In de Volkskrant, 22 februari 2020)