Deel dit artikel
Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 1 Guest.

Vrijersvoeten

Buurtschap Witte Paarden

Buurtschap Witte Paarden, waar de ouders van Rombout Groenendijk, die ook een prominente rol spelen in het gelijknamige boek, destijds woonden…

Deze column van de hand van dichter Jean Pierre Rawie  (1951) verscheen onlangs (juli 2014) in Het Dagblad van het Noorden. Rawie schildert hierin een treffend portret van en brengt een gevoelige hommage aan onze gemeenschappelijke vriend Rombout Groenendijk. Deze stond ooit postuum model voor Roemer Duisterwinkel, hoofdpersoon in Witte Paarden.

 

VRIJERSVOETEN

Rombout Groenendijk – hij is ach! al meer dan een kwarteeuw dood – was dichter, schilder en filosoof, en zat, omdat het uit zo’n rijkdom moeilijk kiezen was,  meestentijds in het café. Hij woonde toen ik hem leerde kennen in een klein dorpje (dat mag je volgens de stijlboeken niet schrijven; het moet ‘dorpje’ of ‘klein dorp’ zijn, maar toevallig ben ik hier de baas) een twintig kilometer van Groningen. Naarmate de wetgeving betreffende beschonken rijden aan soepelheid inboette, werd die afstand allengs bezwaarlijker, en verhuisde hij naar de stad, waar hij een woning betrok bij mij in de straat, en onze vriendschap zich verdiepte.

Hij was ernstig suikerpatiënt, wat met zijn levenswandel eigenlijk niet in overeenstemming te brengen was, maar hij weigerde zich aan te passen en rookte en dronk  onverdroten door. Dat had wel iets heldhaftigs in mijn ogen. Ik had ooit over hem het volgende kwatrijn geïmproviseerd, dat hij me te pas en te onpas vroeg voor te dragen:

            Als ik zo naar zijn schoenen kijk,

            dan denk ik: Rombout Groenendijk.

            De dichter-schilder-filosoof

            die dronken onder tafel schoof.

Woldberg Baars

De oude uitspanning in Witte Paarden…

Hij was een goede buur, en ik betreurde het dat hij later elders in de binnenstad een groot huis kocht, al bleef ik hem ontmoeten in de toentertijd gewilde gelegenheden. Dat hield op nadat vanwege zijn voortwoekerende kwaal zijn rechteronderbeen was afgezet, en hij nauwelijks meer de deur uitkwam. Ook zou het kwatrijn moeten worden herschreven. Wel ontving hij thuis, ongeacht het uur van de dag.

We spraken eens over zijn geamputeerde been – ik was benieuwd of het bewaard werd om te zijner tijd samen met de rest gecremeerd te worden – en hij klaagde dat ‘die poot’ (zijn taaleigen)  hem nog steeds pijn deed. Er was een mij onbekend meisje op bezoek dat wilde weten of hij ook vaak droomde dat het weer was aangegroeid. Hoewel ik zulks niet had opgemerkt, bleek zij eveneens een been te missen (gedeelde smart is halve smart!), dat ze op jeugdige leeftijd bij een skelterongeluk was kwijtgeraakt. Kortelings, vertelde ze, was ze met haar brommertje omvergereden, waarna haar losgeschoten prothese over het dak van de betrokken auto stuiterde. De bestuurder had eerst niet uit durven stappen.

In zijn huis bewoog Rombout zich alleen gelijkvloers, en tegen vriendenprijzen  verhuurde hij een aantal kamers. Waar er, zoals hij zich uitdrukte, ‘met zijn derde beentje niks mis was’, maar hij door zijn gebrek zelf niet meer op vrijersvoeten kon gaan, hadden zijn huurders hem voor zijn verjaardag een lichtekooi cadeau gedaan. Hij werd meteen verliefd, en ofschoon geldelijk alles al geregeld was, betaalde hij haar ’s morgens opnieuw, waarna zij hem vroeg of ze even zijn fiets kon lenen om naar de sociale dienst te gaan. Uit de volheid van zijn gemoed gaf hij haar grif zijn aangepaste invalidenrijwiel mee, dat hij nooit meer heeft teruggezien.

 

Jean Pierre Rawie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *