Deel dit artikel
Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 2 Guests.

Waarom een roman?

Op de presentatie van De jacht op de klaproos in Zwolle (17 april 2015) heb ik een rede uitgesproken onder de titel Je suis Tromp, met als ondertitel À qui profite le crime (wie heeft er baat bij de misdaad).

De kern van mijn betoog was: Is erbarmen een misdaad? Maar om overlap te voorkomen met de bijdragen van Rien Floris en René Diekstra had ik voor de presentatie in Alkmaar (22 april 2015) gekozen voor een andere benadering en wilde ik proberen een antwoord te geven op de vraag waarom ik een roman geschreven had over de affaire-Tuitjenhorn. Een vraag die ook vorige week aan de orde kwam op tv-station Schagen FM, zoals blijkt uit onderstaand filmpje.

Zoals de meesten onder ons nam ik begin oktober kennis van de zaak-Tromp en de achtergronden van zijn tragische einde. Waar ik me vrijwel meteen aan ergerde, was aan de stelligheid waarmee de verdachtmakingen van de betrokken instanties overgenomen werden door de media, de omtrekkende bewegingen en de arrogantie van diezelfde instanties (met name in de persoon van een mevrouw van de IGZ die het allemaal heel goed leek te weten). Ook was ik plaatsvervangend kwaad over het onevenredig grote machtsvertoon waarmee de nachtelijke inval van justitie, politie en inspectie zich had voltrokken in de woning en de praktijk van huisarts Tromp. Dat vond ik Poetin light – nee, dat laat dat light maar weg. Bovendien als ze bij het AMC het dan toch niet konden laten om vraagtekens te plaatsen bij het overlijden van Theo Spaansen, wat was er dan op tegen geweest om hier een zaak van te maken voor het Medisch Tuchtcollege en dus de dingen daar te laten waar ze thuishoren?

Later zag en hoorde ik Jan Spaansen, de broer van Theo Spaansen, bij Pauw en Witteman postuum het vertrouwen uitspreken in Tromp en vertellen hoe bot en kil zijn schoonzusje bijna als medeplichtige was verhoord door de politie, Elly kwam zelf ook aan het woord en bevestigde nog eens wat haar zwager had verteld. Heel veel indruk maakte kort daarna het verhaal van Anneke Tromp bij Nieuwsuur op mij, hoe ze verdrietig maar bezonken het begrip erbarmen voor het voetlicht bracht en uiteenzette wat haar man Nico was aangedaan. Ik geloof dat in dat najaar van 2013 mijn bloed steeds meer begon te koken, de zaak liet me niet meer los.

Maar is dat alles een reden om een roman te schrijven? Als je zoals ik voortkomt uit de poëzie, het maken van gedichten, dan is schrijven voornamelijk een kwestie van artistieke, innerlijke noodzaak en ga je niet per se op zoek naar een casus of een geruchtmakende zaak om je te manifesteren. Toen ik begon te schrijven, had ik dus niet gedacht dat ik juist hierover zou gaan schrijven. Maar het gebeurde. Ik begon aan een passage (een soort van pilot) waarin een arts na zijn dood of in een droom (of in een morfineroes) een lange wandeling maakt door een landelijk gebied en daar gezelschap krijgt van zijn vroegere hoogleraar medische ethiek. Daarna terugblikken op zijn loopbaan en wat hem na zijn hulp aan een terminale patiënt was overkomen. En daarmee ging het verder en smolten mijn morele verontwaardiging om de zaak-Tromp en mijn innerlijke noodzaak samen. Ik moest dit boek schrijven, zowel bij wijze van monument voor de overleden arts en anderen in een vergelijkbare situatie als schotschrift tegen een kille en ruwe overheid. Dat dit project lukte was tevens te danken aan het feit dat de geschiedenis van meet af aan een soort plot in zich droeg, een verhaallijn waarin kleine oorzaken kolossale gevolgen bleken te hebben. Daar heb ik gebruik van gemaakt en in die zin is het boek een reconstructie. Maar binnen die reconstructie is er met name waar het gaat om het persoonlijk leven van de personages het een en ander verzonnen. Daar heb ik voor gekozen om geen inbreuk de privacy van de werkelijke betrokkenen te beschermen en ook omdat ik geen sleutelroman of streekroman over Tuitjenhorn wilde schrijven maar een universeel drama over een individu dat vermalen wordt door de instanties.

PG