Deel dit artikel
Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 1 Guest.

De wereld als leugen

Omslagontwerp – en foto! – Ruurd de Boer

Inmiddels is mijn nieuwe roman De wereld als leugen (uitgeverij Passage) een feit!
De Zwolse pr
esentatie heeft plaatsgevonden op donderdag 15 november om 19.30 uur bij Waanders in de Broeren, met medewerking van biografie-deskundige en AKO-prijswinnaar 2003 Dik van der Meulen, dichter Lowie Gilissen en Het Ralda Orkest. Een even bruisende als spirituele avond!
In Groningen is het boek gepresenteerd op donderdag 22 november om 17.00 uur in samenwerking met boekhandel Godert Walter bij sociëteit de Harmonie. Tijdens die gelegenheid heb ik een levendig en luimig gesprek gehad met kunstenaar Ton Meijer.
Het verhaal kent verschillende lagen.

Allereerst is het de geschiedenis van Milan Hartwich, een niet al te succesvolle schrijver-journalist, die per ongeluk met Nederlands populairste talkshow-presentatrice Myra Melchior een romance op en na het boekenbal beleeft. Omdat zij daarna iets heeft uit te leggen aan de roddelpers besluit ze hem maar tot haar biograaf te bombarderen, waarna alles maar dan ook alles misloopt.
Daarnaast is deze roman een satire op het opportunisme van redacties van kranten en talkshows en op de vervlakking en verplatting van de letteren als gevolg van mediabemoeienis. Vooral schrijver Tijl Kramer, collega-columnist en kroegmakker van Milan, stelt deze verschijnselen vlijmscherp aan de kaak.
Een derde laag bestaat uit een sprookje dat, zoals wel vaker onder mijn pen gebeurt, een geheimzinnig eigen leven gaat leiden.

Onderstaand fragment beschrijft een signeersessie in een boekhandel. Milan bevindt zich daar om zijn (nog niet verschenen) biografie van Myra te promoten en mag ook wat aandacht besteden aan zijn al meer dan een jaar oude roman Twee engelen

Veelzeggende tekening van Rana Berends

Ten slotte lees ik op verzoek van de interviewster een kort hoofdstuk uit Twee engelen voor, wat mij een applausje oplevert en een twinkeling in de ogen van drie dames op de voorste rij.
‘Fantastisch,’ zegt iemand.
‘Heel raak,’ zegt een ander.
Er is gelegenheid tot vragen stellen, zo kakelt mijn gespreksgenote, en wie de eerste vraag niet durft te stellen, moet maar beginnen met de tweede…
Een van de grijze dames steekt met licht schuddend hoofd haar hand op. ‘Meneer Kramer, u schrijft zo mooi maar waarom is uw boek toch zo treurig?’
Nog voordat ik kan zeggen dat ik geen Kramer heet, roept een meneer op de tweede rij jolig dat het leven anders geen lolletje is, waarna ik met engelengeduld probeer uit te leggen dat alles een zwarte kant heeft, maar dat het niet mijn bedoeling is mijn werk daarmee te overschaduwen. Ter illustratie en om mij te verdedigen noem ik een paar vrolijke momenten uit mijn roman.
‘Meneer Hartwich, wat zoekt u in het schrijven?’ luidt een volgende vraag waarvan ik niet kan zien wie hem stelt, maar ik wil er best op ingaan.
‘Tja, wat zoek ik? Eigenlijk schrijf ik vanuit een handicap. Het liefste was ik pianist of componist geworden, of kunstschilder, maar daar had ik als kind het geduld niet voor en waarschijnlijk ook niet het talent.’
Latere vragen betreffen de biografie en zijn doordrenkt van verwijt. Waarom het boek er nog niet is. Wanneer het dan wel verschijnt. Waarom Myra zich hier vanavond niet laat zien. Waarom Myra haar biografie niet zelf schrijft. Of een vrouw. Ja, waarom wordt het niet door een vrouw geschreven? Wat was daarop tegen geweest?
Had ik niet al een derde of vierde glas wijn achterovergeslagen, ik was de winkel uit gevlucht. Nu dien ik iedereen vriendelijk van repliek. De stoel van Brombeer is inmiddels leeg. Ik merk dat ik daardoor vrijer spreek, opgelucht zelfs. Van zuinige gezichten word ik zenuwachtig.
Na een laatste applaus mag ik signeren.
Als eerste aan mijn tafel een jubelende mevrouw met een rugzakje. ‘Meneer Hartwich, mijn schoonzusje heeft uw boek gekocht, en als zij het uit heeft, mag ik het van haar lénen!’
Een heer met een militair voorkomen: ‘Goeje-navond, verdomd rake voordracht net, Hartwich! Ik ga die roman van je lezen, hoor! Weet je toevallig of ze ‘m hier in de bieb als e-boek te leen hebben?’
Dan een mevrouw met een ingepakt exemplaar.
‘Ik had het misschien beter eerst kunnen signeren,’ merk ik op.
‘Nee, nee, dit is een ander boek. Van Yiltan Irmak. Die man kan schrijven, zeg, geweldig zo’n taalgevoel bij iemand met zijn achtergrond! Nee, uw boek koop ik niet omdat ik bang ben dat ik er somber van word, maar ik mag het wel lenen van mijn vriendin als zij het uit heeft.’
Aha, zeg ik bij mezelf, dan komt die vriendin van dit warhoofd het zo dus wel kopen. Maar geen vriendin. Wel een keur aan krentenkakkerij.
Zo staat een andere mevrouw lang met mijn boek in haar hand, zet haar bril af en laat haar tong uit haar mondhoek hangen. Bijna met haar neus erop begint ze de flaptekst te spellen.
‘Zal ik het voor u signeren?’
‘Nee, helaas…’
‘”Helaas” is de bijwoordelijke bepaling van onwil.’
‘Huh?’
‘Uw zandloper is leeg. Wilt u zo vriendelijk zijn het boek terug te leggen, mevrouw? Er staan mensen achter u die misschien wel een gesigneerd exemplaar willen.’
‘O nou… u hoeft niet zo…’
Met tegenzin maakt ze plaats voor een schaapachtig lachend echtpaar van middelbare leeftijd. ‘Meneer Hartwich, we wilden u graag even feliciteren met uw mooie boek. Maar wij kopen het niet, want ziet u, mijn vrouw en ik, wij lézen namelijk het léven…’
Wij lezen het leven – hoe verzinnen ze het?
Ten slotte zijn er nog een paar gekken die willen dat ik de dummy van de biografie voor hen signeer, wat ik weiger. Er wordt meteen op hoge toon over geklaagd bij de eigenares van de boekhandel die van de zenuwen en met een verontschuldigende lach mijn roman door me laat signeren en dan nog eentje voor haar man en een exemplaar voor haar oudste dochter die Nederlands studeert, en hups, nog maar een voor een zieke vriendin. Ze weet van geen ophouden – als dat zo doorgaat, hoeft er straks niets retour naar uitgeverij Droplul!
Omdat ik met haar te doen heb, signeer ik ten slotte alle dummy’s, die in een mum van tijd worden ingepikt.
Wanneer ik mijn gastvrouw en de interviewster bedank voor de bijzondere en bijzonder geslaagde avond krijg ik van eerstgenoemde nog een cadeau in mijn handen gedrukt. Even ben ik bang dat het Sater en samoerai van Tatsu Otoko is maar het is een ander cultboek, de roman Het lekkerste dat ge doet van Trien Uittenbroeck.
De wikkel doet pijn aan mijn ogen:

  DZVDW Boek van de maand. Meer dan 80.000 verkocht!
  Wat vooral raakt in deze aangrijpende en wellustige roman is de eloquentie.
  Uittenbroeck schrijft in hypersensuele zinnen, die zwanger zijn van
  betekenis en niettemin ongekend lenig blijven.
  Een onbetwist meesterwerk – NRC Handelsblad
  Actie € 19,99 tot 31 juli.

Nadat ik dit onbetwiste meesterwerk buiten de winkel in een prullenbak heb laten vallen, steek ik de straatweg over die naar asfalt ruikt. Boven het park spant zich een donkerbruine hemel. Donderslagen achter de huizen. De eerste regendruppels, daarna dikke, warme stralen.  Doorweekt sta ik zeker nog een half uur op de bus te wachten. Aan de overkant een potdichte snackbar, het vroegere station van IJsselwoude. Niet eens een zak patat als troost.

(PG)