Deel dit artikel
Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 2 Guests.

meer recensies

 

Reactie van Jan Spaansen (november 2014)
Dag Paul,
Nog nooit van mijn toch al “redelijk” lange leven heb ik een boek zo snel uitgelezen.
Dat boek was “Augustusland”.
Op een gezonde wijze ben ik jaloers op je schrijfstijl. Vooral de indeling in korte
hoofdstukken zorgt dat je nieuwsgierig bent naar het vervolg.
Wat zet je heftige gebeurtenissen lekker scherp samenvattend tegen elkaar af in een zinswending.
blz 158  …daar toch gaande, in die stenen kubus en in de broze hersenen van mijn liefste?
Een soort verslaving maakte zich meester van mij.
De zaterdag Volkskrant algauw terzijde gelegd, nu bij het oud papier.
Kon ik maar sneller lezen denk ik vaak als ik hoor dat mensen 3 a 4 boeken per week lezen.
Ik stuit, mede door mijn lage leestempo, op fouten. Ook in de kwaliteitskranten, dus
ook in de Volkskrant beginnen die vaker voor te komen.
Heb ook in jouw boek fouten ontdekt. Nee, geen meervoud, slechts eentje.
Op blz 146, welke je waarschijnlijk zelf ook al over ben gestruikeld.
Voor de volgende drukken, ja meervoud, m\komt die “n” er wel voor te staan!
Feitelijk is het geen fout, maar een hapering van de typemachine die de “n” oversloeg.
‘Ik en de dokter hebben besloten uw vrouw hier aartoe te brengen….
Ergens las ik ook in een bepaalde zin algauw aan elkaar vast en daar paste dat wel.
Weet je, mij valt al een aantal jaren het totaal verkeerde gebruik van het woord
“redelijk” op. Niet zo erg storend is het wanneer men daar nogal mee bedoelt.
Maar het is daar een redelijke puinhoop, terwijl men bedoelt “een vreselijke puinhoop”.
Weet je wat ik feitelijk heel grappig vond?
Als jouw boek even lag te rusten dacht ik: als men mij nu over vijf jaar vraagt waarover
ging dat boek Augustusland en waarom die titel, dan kan ik de verhaallijn en de titel zo nog
opspuiten. Daarbij dacht ik ook aan het feit dat ik een jaar of vijf geleden toch eindelijk ook
eens het veel geprezen en genoemde boek “de ontdekking van de hemel” eens moest lezen.
Natuurlijk, prachtige literaire zinnen en zinswendingen stonden er in. Maar de verhaallijn?
Echt dat kan ik met mijn toch niet zo slechte geheugen “heugen”, oftewel herinneren.
Lees ik na de laatste slok rode wijn ruim over twaalf c.q. 24 uur, over de kunstopvattingen
pag. 67-68 zijn geïnspireerd op uitspraken van Harry Mulish.
Wel kan ik mij een commentaar herinneren toen Harry was overleden toen een recensent
schreef: Harry is nu daar wel boven, maar heeft tot zijn ontzetting ontdekt dat God toch wel boven hem
in de hemel staat. Althans woorden van die strekking.
Jan Spaansen
PICT0002

op vele stapels inmiddels, en in goed gezelschap…

 

Recensie door Es van Essen

Van de cover: In Augustusland staat een man centraal die niet van de zomer houdt. Dan komt er ook nog een zomer waarin een levensgevaarlijke ziekte zijn vrouw velt terwijl hij op zijn werk buiten spel gezet wordt.

Deze man is kunstenaar en werkt als conservator in een plaatselijk museum. Hij neemt verlof op om zich in alle rust voor te kunnen bereiden op een grote tentoonstelling van eigen werk. Wat hij niet vermoedt is dat een collega dit verlof aangrijpt om een frisse maar onaangename wind door de organisatie te laten waaien. Evenmin is hij zich bewust van de agressieve hersenaandoening die zijn vrouw heeft getroffen en die door een onjuiste diagnose steeds ernstiger wordt. Augustusland is een meeslepend geschreven roman over medisch falen, haat, jaloezie, opportunisme, en botsende artistieke opvattingen. We zijn getuige van pogingen te overleven tijdens een zomer waarin werkelijk alles tegenzit. Zo ontstaat een zorgvuldig uitgesponnen confrontatie tussen broosheid en slechtheid, tussen een man die op het punt staat alles te verliezen en een vijandig werkklimaat. Neem daarbij de zowel poëtische als spannende schrijfstijl van Paul Gellings en we hebben hier een boek dat je betovert en bijblijft…
***

Wanneer de ik-figuur naast het bed van zijn doodzieke vrouw zit, voelt hij haar hand verslappen terwijl haar ogen in hun kassen draaien en dichtvallen. In een tenenkrommende passage geeft Gellings inkijk in het ziekenhuiswezen waar een inadequate verpleegster, die haar eigen agenda hanteert, er alles aan doet om de dierbare van de patiënt machteloos en razend te maken. Ik laat graag de schrijver zelf aan het woord in onderstaand geciteerd cursief:
Een jonge zuster met bolle wangen slofte de zaal binnen. ‘Wat is er? voelt u zich niet goed?’ ‘Nee, ik niet. Mijn vrouw, ze is ineens, ze kan ineens niet meer -‘ De verpleegster boog zich over het bed, wendde zich weer naar mij. ‘Hoe bedoelt u?’ ‘Ze reageert niet meer. Is dat normaal?’
Gosje, dat weet ik niet, hoor. We hebben hier op de afdeling niet zo veel ervaring met deze aandoening.’ ‘Dan wil ik… dan moet… dan moet er verdomme weer een dokter bijkomen!’ snikte ik. ‘Nu ja! Bellen graag, ja!’ ‘Nee, dat is niet de procedure. U wilt dat ik voor u een uitzondering maak. Stel dat we dat voor iedereen zouden doen…’ ‘Mens, als je het voor iedereen doet, dan … dan is het geen uitzondering meer! IK vraag het u nu. IK alleen. Dringend.’ ‘Nee, is niet gebruikelijk, stel dat iedereen dat -‘ ‘Dat zei u net ook al.’ ‘Ja, mág ik heel eventjes uitspreken misschien?’ ‘Nee, dat mag u niet, want u praat onzin!’ Ze hapte naar adem. Een van haar wangen werd rood. Ik besloot het anders te proberen. ‘Alstublieft. U mag het, u kunt het toch zelf bepalen.’ Ze keek me met grote kleurloze ogen aan, waarna ze met een lijzig stemmetje antwoordde: ‘Nee, dat doen wij niet, dat mogen wij niet.’ ‘Maar straks gaat ze dood!’ ‘Dat zijn uw woorden, hoor. Maar uw vrouw is vannacht al vanbinnen en vanbuiten onderzocht, dus als u nou zo vriendelijk zou willen zijn zich te verwijderen, dan…’ Ze had me bij mijn arm gepakt. [-] ‘Het bezoekuur is trouwens afgelopen, hoor.’ ‘IK BEN NIET GEBONDEN AAN BEZOEKUREN!!! IK BEN HAAR MAN, GODVERDOMME!!! DAT IS MIJN VROUW, GODVERDOMME!!! EN MIJN VROUW GAAT DOOD, SNAP DAT DAN, STOMME, STOMME TRUT!!! Er trilde een spiertje onder haar linkeroog, de zenuwtrekking die hoort bij dreigend geweld. Ik voelde het ook aan haar hand om mijn pols. Haar gezicht was nu purper, met oren en al. Een van de kamergenotes begon te huilen, terwijl de andere twee nog steeds nee schudden en Esmee roerloos, steeds bleker, achterover in haar kussens lag, haar mond een beetje opengezakt, spuug over haar kin, op haar kussensloop. ‘Ik vraag het nog één keer. Wilt u weggaan? Er zijn hier nog andere patiënten dan uw vouw, hoor.’ ‘Nee verdomme, ik sta hier goed en jij gaat er een dokter bij halen!’ ‘Dus u gaat niet weg. Dán zijn er wel ander middelen.’ Vanaf dit punt ben ik de details kwijt. Ik hoor de echo van mijn eigen geschreeuw in mijn oren. Ben ik aan het meppen? Ik zie blinde vlekken samenvallen met witte jassen die me tegen de vloer werken en weer overeind hijsen, mijn armen hoog op mijn rug gedraaid. Een hijgende stem: ‘Zo nou de politie bellen. Die hebben heerlijk koele cellen voor herrieschoppers zoals jij…’ ‘Er gaat hier niemand de cel in,’ zei een rijzige gestalte. ‘Loslaten. Nu!’ ‘Ja maar, meneer hier – ‘Ik zorg voor meneer.’ ‘Ja maar -‘ ‘Niks te jamaren. Hier ben ik de baas.’ (pag. 83-86)
Een sterk onderdeel van zijn roman zijn de inzichtelijke passages over de hiërarchie in de museumwereld waar machtsvertoon en afgunst hoogtij vieren. Wanneer hij op zijn werk aan het ‘vechten tegen de bierkaai’ is en zijn vrouw Esmee maar niet lijkt te herstellen, lezen we op pagina 111: Wat er toen op weg naar huis in de auto over me kwam, is iets waar ik nog wel eens met enige schaamte aan terug denk. Esmee, De Statenhof, de kinderen, mijn tekenwerk, het ziekenhuis, Egbert en Maria, alles stond me ineens tegen. Ik had er geen zin meer in.
Vanuit zijn fantasie ontstaat een plan om ‘zomaar’ te verdwijnen. Weg naar verre oorden. Wanneer hij op Schiphol aankomt om zijn plan naar Uruguay te verwezenlijken, bedenkt hij zich. Hoogtepunt van het boek is naar mijn smaak de tocht door Amsterdam die hierop volgt.  Zo levendig voor te stellen wanneer een mens aan het eind van zijn latijn is.
In 2003 was Paul Gellings een van de initiatoren van de voorloper van het Geheugen van Plan Zuid In de daarop volgende periode heeft hij vele gedichten gemaakt over Zuid. Een eerder van hem gepubliceerd boek waar ik veel herinneringen in herken -lees mijn item-: Zuidelijke Wandelweg

 

Eerdere besprekingen van Augustusland

1.

Paul Gellings, ook dichter en vertaler, gaat steeds beter schrijven. Nadat hij in 2011 de fraaie roman Verbrande schepen publiceerde, kwam hij dit jaar met een magistraal vervolg: Augustusland. Hoofdpersoon is een museumconservator wiens baan en maatschappelijke positie op de tocht komen te staan in een fase van zijn leven waarin hij ook wordt geconfronteerd met een slepende, wellicht levensbedreigende ziekte van zijn vrouw. Het is bijzonder hoe Gellings de dubbele gevoelens die dat met zich brengt aan de bladzijden heeft weten toe te vertrouwen: hoe egoïstisch mag een mens zijn als het gaat om zijn eigen belangen tegenover die van degenen met wie hij leeft? Die zomer waarin alles tegenloopt, een warme augustus, speelt zich evident in Zwolle af – Gellings heeft gebeurtenissen in de museumwereld aldaar op een intrigerende manier naar zijn hand gezet. Augustusland, beeldende titel, onderstreept nog eens een superieur schrijverschap.

foto (1)

De tweede keer dit jaar dat het boek in een top tien staat…

Door literator Anton Brand (die dit boek op de zesde plaats zette in zijn top tien over 2013)

2.

Ik val met de deur in huis: Augustusland van Paul Gellings is een boek dat je in een ruk uitleest. Hoe is het mogelijk, vraagt de lezer zich af, dat zoveel ellende samenvalt in één hectische, traumatische zomer. De hoofdpersoon in deze, naar alle waarschijnlijkheid autobiografische roman is kunstschilder, tekenaar en conservator in een klein provinciaal museum. Door roddel en achterklap, voornamelijk veroorzaakt door een valse collega, Martine Helmich, en een directeur met uitermate slappe knieën, worden die zomer langzaam maar zeker de poten van onder zijn stoel weggezaagd en wordt hij verbannen naar een kleine dependance van het museum. Zijn positie wordt dusdanig ondermijnd dat ontslag dreigt. Directeur Willibrord laat zich door Martine, die de charme vertoont van een pofadder, volledig inpalmen en hij doet wat zij wil. Zij is liefjes, weet vriendinnen en vrienden te imponeren met quasi-empathisch gedrag, maar ondertussen! Gellings tekent haar portret met verve en laat haar, met al haar vileine streekjes en streken, diep tot de lezer doordringen.
En alsof het gekonkel in het museum nog niet erg genoeg is, wordt Esmee, de vrouw van de hoofdpersoon, ernstig ziek, kort na de bevalling van hun jongste kind. De ernst van haar ziekte wordt door medisch falen en te verwijten onzorgvuldigheid niet in voldoende mate onderkend, met alle gevolgen van dien. Als een andere specialist niet tijdig had ingegrepen, was de hersenaandoening – een kraamhoofd – Esmee fataal geworden. Als lezer raak je in de ban van de vraag hoe eenzaam en verloren de hoofdpersoon zich in die zomer gevoeld moet hebben. Alles en iedereen tegen je, behalve een kordate vrouwelijke bedrijfsarts, behalve een neuroloog die zijn vak verstaat.
Heel knap in dit boek zijn de beschrijvingen van de dromen van de zieke Esmee, die met morfine zoveel mogelijk pijnvrij wordt gehouden. In die dromen is de eindbestemming ‘het landje.’ Een vos en een stem die zich ‘Het Secretariaat’ noemt wijzen de weg. Indringend beschreven. Wie wel eens onder invloed van morfine geweest is zal het herkennen.
Valt er dan helemaal niets aan te merken op het boek? O, ja, zeker, je zou kunnen zeggen dat de ruzie met Martine wat al te zwaar is aangezet, dat de wanhopige tocht naar het Westen iets te veel van het goede is, en dat de vechtpartij in het ziekenhuis niet geheel geloofwaardig overkomt. Maar – aan de andere kant – de werkelijkheid is vaak vele malen ongeloofwaardiger dan de meest extreme fantasie.
Augustusland is een fascinerend boek, dat na lezing lang blijft nazingen in je hoofd en hart.

Wolfaart Jolles (columnist en vertaler)

3.

Ik vind Augustusland Gellings’ beste boek tot nu toe. De personages en hun onderlinge verwevenheden zijn spannend en meeslepend uitgewerkt. De ik-figuur worstelt met een leidinggevende, van het soort dat voor velen op de werkvloer pijnlijk herkenbaar is. Het verhaal is beklemmend maar wordt gelijktijdig prettig-afstandelijk geserveerd (doet soms aan W.F. Hermans denken). Het boek leest uiteindelijk alsof je wakker wordt uit een lang aanhoudende boze droom. Warm aanbevolen!

Door LARL (dichter)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *