Deel dit artikel
Berichten archief
Recente reacties
Who's Online
  • 0 Members.
  • 4 Guests.

Columns II

STEENKOLENESPERANTO

Engels is een prachtige taal met een oud-Germaanse onderlaag en een Franse bovenlaag, die overal ter wereld jammerlijk verkracht wordt. Toeristenoorden in behoeftige landen leveren daar treffende voorbeelden van: ‘Joe buy my siester? I make superspecial price for joe, because joe my friend, joe the only friend I ever gèèèd…’ Of: Pssst, want make luf, mèn?’
Ook in Amsterdam word je op straat, in winkels, cafés, restaurants en hotels bij voorbaat al in een Engels suggererend koeterwaals toegesproken. Bedienend personeel, vreemdelingen, toiletjuffrouwen, dealertjes – allemaal scheiden ze voortdurend dit gruwelijke steenkolenesperanto af. Shakespeare zou in zijn graf ‘o, hold thy indecent tongues!’ uitroepen.
Nu spreek ik een aardig mondje over de grens, maar onveranderlijk luidt mijn reactie: ‘We zijn hier in Nederland, dus gráág in het Nederlands.’
De ellende vloeit voort uit de self fulfilling prophecy (je ziet: er is geen ontkomen aan) volgens welke je Engels nodig zou hebben om verder te komen in het leven. Een idée-fixe (hè, gelukkig: ook wat Frans) in stand gehouden door het onderwijs. Hier in den lande is Engels een kernvak, en volgens een recent onderzoek van internationale onderwijsinstelling Education First liegt het resultaat er niet om: na de Zweden zouden wij namelijk ‘het beste in Engels’ zijn. Tja, is dat echt zo of is het misschien toch meer een kwestie van mateloze zelfoverschatting (met alle gebrabbel van dien)?
Laatst was ik in de fraai verbouwde gashouder van Dedemsvaart om gedichten voor te dragen. Na afloop spreekt een Amerikaanse dame met een roze lint om haar strohoed mij aan: ‘Would you do me a favor, please?’ En ik voel mijn neusgaten zich alweer verwijden voor de bekende korzelige reactie. Maar dan vraagt ze of ik een gedicht voor haar wil vertalen. ‘Of kors,  I doe dèt for joe whore,’ zeg ik, ‘because joe my friend.’

PG
8-11-2015

VINGERS TELLEN

Doordat mijn zolderraam in deze warme winter overdag openstaat, hoor ik af en toe een harde knal. ‘s Avonds ook, alleen doffer, alsof er iemand achter de huizen met vlakke hand op een kartonnen doos mept. Daarna is het weer stil. Het geknal heeft geen enkele symbolische of rituele betekenis maar wordt gekenmerkt door de zielige zinledigheid die hoort bij particulier vuurwerk.
Toch kan het een enkele keer best zin hebben, zoals die avond enige jaren geleden toen een kennis met één nitraatbom een stoer groepje strijkers afstekende, kansarme jongens van ons plein af joeg. Ik zie ze nog lijkbleek uiteenstuiven.
In werkelijkheid is vuurwerk natuurlijk bedoeld om het oude jaar uit en het nieuwe in te luiden, en om boze geesten te verdrijven. De Chinezen hebben dat begrepen en ook een ieder die naar een georganiseerd siervuurwerk gaat met zijn kinderen in plaats van het grut zelf met een soort handgranaten te laten spelen. Dat gebeurde laatst in het Zwolse Stadshagen. Een mentaliteit waardoor er elk jaar wel ergens handen, oren en ogen sneuvelen, soms zelfs een heel hoofd, en eergisteravond is er in Drachten nog een flat in de lucht gevlogen.
Verkoop rotjes stort in, lees ik in deze krant. Mooi zo, denk ik. En laat er vooral snel een totaal verbod komen.
Twee herinneringen. Op mijn vaders schouders ging ik op Koninginnedag altijd naar een vuurwerkshow op een zandvlakte in Amsterdam-Zuid. Adembenemend, die reusachtige pauwenstaarten, kimono’s en magnolia’s, begeleid door paukenslagen. Dan Groningen, jaren later. Ik timmer op oudejaarsdag mijn brievenbus dicht. Een buurman, boos: ‘Moet jij een dreun voor je bek of zo? Straks wil mijn zoon vuurwerk bij jou naar binnen gooien, lukt niet, nou, ligt zijn hand eraf…’
Iedereen een mooie jaarwisseling gewenst, en: vingers tellen. Wie dat niet snapt, is een gevaar voor zichzelf en anderen.

PG
28-12-2015